Beleggings Outlook Herfst

Rendement halen bij extreem lage rente

En wat te doen als de rente oploopt?

De rente is de laatste jaren een veelbesproken onderwerp, want ‘wat is ‘ie laag’. Bedrijven en particulieren waren decennialang gewend aan rentepercentages van 3-4 tot wel 5%. Dat werd als ‘normaal’ beschouwd. Maar wat in de ene tijd normaal is, wordt in een andere periode als ‘hoog’ of ‘laag’ beoordeeld. Het is dus altijd een kwestie van perceptie. Een jaar of tien geleden was een spaarrekening wel vanzelfsprekender vanwege de hogere spaarrente die werd aangeboden. De andere kant van de medaille is dat toen ook de hypotheekrentes een stuk hoger waren. U was dus ook flink wat meer aan maandelijkse hypotheeklasten kwijt dan veel Nederlanders nu moeten betalen. Bovendien was de inflatie ook hoger, waardoor de koopkracht uitgehold werd.

Download gratis de complete Beleggings Outlook Herfst 2017 voor een inhoudelijke terugblik op de beurs.

Geld ‘wegbrengen’

Hoe dan ook, we wisten met zijn allen zo’n beetje waar we aan toe waren. En dat was zeker voor pensioenfondsen, die ervan uitgingen dat ze op basis van wat toen als ‘normale’ rentes werd beschouwd de verplichtingen aan de pensioengerechtigden tot in lengte van jaren konden nakomen. Nu krijgen we op onze spaarrekeningen en deposito’s ‘zoveel’ rente dat het eigenlijk – inflatie en vermogensrendementsheffing in aanmerking genomen – meer geld ‘wegbrengen’ is dan vermogen opbouwen. Voor pensioenfondsen is de lage rentestand nu al rampzalig.

Bij een lage rente moeten pensioenfondsen steeds meer geld opzijzetten om aan hun toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. En veel particulieren zetten nog steeds hun geld op een spaarrekening of een deposito, omdat ze niet goed weten welke alternatieven er zijn.

Wilt u meer uit uw spaargeld halen, dan kan het geen kwaad onderstaande even door te nemen.

Tot een paar jaar geleden was de rente in Nederland twee eeuwen lang niet lager geweest dan 2,75%. Inmiddels krijgen sommige landen en bedrijven geld toe op hun obligatieleningen. Een negatieve rente dus. Een rente die onder een laagterecord duikt dat twee eeuwen heeft standgehouden, leek ook onmogelijk. Toch gebeurde het. Bovendien is de verwachting dat de rente nog lang laag zal blijven. Het Japan-scenario! Daar komen we later op terug.

We moeten er ernstig rekening mee gaan houden dat de huidige ultralage rentestanden geen incident zijn, maar een toestand die we nog jaren en wellicht decennialang gaan meemaken. Want een van de belangrijkste factoren die invloed hebben op de renteontwikkeling is natuurlijk de economische groei. In een omgeving met hoge economische groei en veel bedrijvigheid is er veel vraag naar. Dat leidt dan tot een hogere rente. Daarnaast is de inflatie van belang. Hoe hoger de inflatie, hoe hoger de vergoeding moet zijn voor het verstrekken van vermogen.

Demografie

De lage economische groei heeft natuurlijk alles te maken met demografische ontwikkelingen. Decennialang waren we gewend aan hoge groeicijfers in ons land, tussen 1959 en 2010 circa 3% gemiddeld per jaar. Ook elders in Europa en in de VS vonden we dergelijke groeicijfers gewoon. Maar zo gewoon was dat eigenlijk niet. Immers, de wederopbouwfase na de Tweede Wereldoorlog en daarna het demografisch dividend van de babyboomers brachten die bovengemiddelde groei met zich mee. Dat demografische dividend is er niet meer. We worden ouder en tegelijkertijd groeit het kindertal niet erg sterk. Het demografische verhaal van vergrijzing is voor Japan al jaren realiteit. Maar ook in Europa, de VS en China komen de diepgaande problemen die met vergrijzing samenhangen steeds meer naar voren. Die problemen hebben hun weerslag op de economie: minder productie, minder consumptie, een economische stilstand en een tekort aan pensioenen. Natuurlijk gaat zo’n ontwikkeling niet in een rechte lijn. De laatste tijd loopt de economische groei weer op. Maar de vergrijzing is een majeure ontwikkeling, die veel invloed op onze economie heeft en zal hebben. Er wordt geschat dat in Nederland in 2040 het hoogtepunt zal worden bereikt. Van de bevolking in ons land zal dan 26% 65-plusser zijn, waarvan een derde ouder is dan 80 jaar. We zullen derhalve steeds meer medische zorg nodig hebben die moet worden betaald. In Japan ligt het hoogtepunt in 2060, waarbij 40% van alle Japanners 65-plusser zal zijn.

Technologie en lage rente

Een andere reden voor de lage inflatie en de lage rente is volgens veel economen de technologische vooruitgang. Door steeds nieuwere computerchips (die bij gelijkblijvende prijzen wel steeds krachtiger worden), digitalisering, onlineshopping en prijsvergelijkingswebsites komen prijzen onder druk te staan. Neem als voorbeeld vliegtickets, de prijs daarvan is eigenlijk alleen maar gedaald in de afgelopen 10 jaar. Of neem uw smartphone of computer, die steeds krachtiger zijn geworden, maar niet duurder. Dat alles drukt de prijzen en dus ook de inflatie en de rente.


Arbeidsmarkt

Vergeet ook de arbeidsmarkt niet. Stijgende inkomens waren een belangrijke aanjager van de inflatie. Maar hoewel de werkloosheid nu snel daalt en de economische groei weer stijgt, gaan de lonen nauwelijks omhoog. Dat komt vooral door de zwakkere positie van werknemers en de vakbonden (en op de achtergrond speelt dan natuurlijk de automatisering en robotisering, waardoor naar alle waarschijnlijkheid de komende decennia veel werknemers van ‘vlees en bloed’ vervangen zullen worden). Een op de drie werkenden in Nederland heeft inmiddels een tijdelijk contract of is zzp’er. In een dergelijk ‘klimaat’ worden werkenden die te hoge eisen stellen makkelijk vervangen. De president van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, en een keur aan economen denken dat de huidige obligatie-opkoopprogramma’s en een breder gedragen herstel van de economische groei en uiteindelijk toch die stijgende lonen – en dan vervolgens oplopende inflatie – de rente wel weer zullen opstuwen. Maar voorlopig is dit nog niet aan de orde.

Aan u de keuze

De voortekenen zijn niet gunstig als het gaat over de renteontwikkeling. Aan u dus de keuze: het spaargeld laten ‘renderen’ tegen de huidige rentetarieven of in actie komen.

Misschien is het goed om te beseffen dat als u uw geld met de huidige rentetarieven op een spaarrekening of deposito zet, u eigenlijk ook een beleggingskeuze maakt. In principe zou u alleen geld op een deposito moeten plaatsen als daarvoor een heel specifieke doelstelling bedacht is: een woning, een boot, een verplichting. Als u uw geld echter op een deposito plaatst zonder een duidelijk omschreven doel, is er eigenlijk sprake van ‘dood geld’. Het staat er, rendeert niet tot nauwelijks in nominale zin, is weinig flexibel en heeft geen doelbestemming.

Als u een duidelijk doel voor ogen heeft en kiest voor een deposito met een wat langere termijn, dan moet u zich wel goed realiseren dat uw geld minder waard kan worden. En dat u tevens de zeer geringe flexibiliteit voor lief neemt. Een deposito levert nu circa 1,1% rente op bij een looptijd van 5 jaar. Tel uit uw verlies, kunt u dan zeggen en dan dient tevens de geringe flexibiliteit te worden aanvaard. Want tussentijds geld opnemen bij een deposito kost doorgaans geld. En bij die 1,1% rente kost dat bij de huidige – weliswaar heel lage – inflatie en vermogensrendementsheffing eigenlijk geld. Prima, als u daar met volle overtuiging voor kiest. Maar als u zich bovenstaande minder realiseerde, is het misschien toch verstandig alternatieven te overwegen.

Neem dan de obligatie van uw eigen bank …

Het mooie is, er zijn goede alternatieven voor uw spaargeld. Waarbij er één wel heel erg voor de hand ligt. Als u momenteel kiest voor de veiligheid van sparen bij uw bank, dan kunt u ook kiezen voor obligaties van diezelfde bank. In beide gevallen ontvangt u rente, terwijl u soms een hogere rentevergoeding krijgt bij de obligaties. En meer flexibiliteit. Want niets staat u in de weg om uw beursgenoteerde obligaties tussentijds te verkopen, mocht u uw geld nodig hebben. U kunt altijd over uw geld beschikken. En u kunt beter inspelen op de renteontwikkeling.

Als u openstaat voor dit soort mogelijkheden, dan zijn er zeker interessante kansen op de obligatiemarkt. Kansen waarmee meer rendement kan worden behaald dan op een deposito. Terwijl de veiligheid vergelijkbaar is. Met als grote winstpunt dat de flexibiliteit enorm toeneemt, omdat u altijd de onmiddellijke beschikking over uw geld behoudt.

Inflation linked

Ook zijn er obligaties die ‘inflation linked’ zijn. Dat wil zeggen dat de couponrente op deze obligaties meestijgt met het inflatiecijfer. Dat kan wellicht voor een deel van de beleggingsportefeuille verstandig zijn, als u zou verwachten dat we nu op een historisch lage rente staan en de enige weg voor de rente dus omhoog is. Bedenk alleen wel dat dit door specialisten al vaker is betoogd. En ook toen kon de rente nog lager. Maar nogmaals, inflation linked-obligaties kunnen een interessante keuze zijn momenteel. Hetzelfde geldt voor Floating Rate Notes. Hierbij is de coupon variabel en bijvoorbeeld afhankelijk van de tien- of dertigjaarsrente. De couponrente verandert tijdens de looptijd.

Over de auteur

drs. Mike Kruijff is DSI Vermogensbeheerder bij Velthuyse·Mulder Vermogensbeheer en beheert uw geld als geen ander.. Hij heeft meer dan twintig jaar ervaring in deze rol en weet hoe de politiek en internationale betrekkingen de beurs en uw aandelen beïnvloeden.

Geplaatst op 27 oktober, 2017
 info@vmvb.nl  -  Herengracht 450 1017CA Amsterdam  -   020-3449144
© Velthuyse • Mulder 2018