In de jaren 2017 t/m 2019 hebben ruim 50.000 DGA’s hun pensioenregeling in eigen beheer omgezet naar de Oudedagsverplichting eigen beheer (ODV). Vanaf de datum van de ingang van de AOW-leeftijd dient de DGA zijn opgebouwde ODV-reserve vanuit de BV in 20 jaar uit te keren. Voordat dit moment aanbreekt, is het verstandig dat de DGA samen met zijn adviseur bespreekt wat alle opties zijn, want een aantal goede alternatieven is bij de DGA vaak niet bekend.

De regels rondom de uitkering vanuit de BV zijn vrij strikt; de ODV-uitkering moet uiterlijk vanaf de AOW-ingangsdatum starten en met een vaste looptijd van 20 jaar worden uitgekeerd. Op zijn vroegst start de uitkering 5 jaar voor de AOW-ingangsdatum, maar dan is de looptijd overigens ook 5 jaar langer. Afhankelijk van het u-rendement vindt er jaarlijks een aanpassing plaats.

Meer flexibiliteit

ODV-kapitaal overhevelen van BV naar een bancaire- of beleggingslijfrente biedt meer flexibiliteit, zoals:

• De looptijd van de uitkering (binnen fiscale grenzen) is van 5 tot 20 jaar; of ook langer is mogelijk.
• De ingangsdatum van de uitkering is uiterlijk 5 jaar na de AOW-ingangsdatum.
• Het gehele overgedragen ODV-kapitaal wordt inclusief behaald rendement, volledig aan de DGA, en bij diens overlijden aan de erfgenamen, uitgekeerd.

De volgende argumenten kunnen een rol spelen om het ODV-kapitaal over te hevelen naar een externe partij:

1. De gepensioneerde DGA wil op termijn van zijn BV af.
2. De DGA wil doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd.
3. De DGA wenst de ODV in een kortere periode dan 20 jaar uit te laten keren.
4. De DGA heeft behoefte aan meer flexibiliteit in zijn uitkering.
5. De BV heeft een negatief eigen vermogen en de wens snel te liquideren.

DE GEPENSIONEERDE DGA WIL OP TERMIJN VAN DE BV AF

Menig DGA wil na het ondernemerschap de BV nog even aanhouden, om deze uiteindelijk op te heffen. Belangrijke overweging naast het kostenaspect is, dat de DGA de eigen financiële situatie van de oude dag overzichtelijk wil krijgen en vereenvoudigen, zeker met het oog op de toekomstige nalatenschap.

De mogelijkheid dat de BV vererft vindt men in de regel geen aantrekkelijk idee.

De ODV-verplichting blokkeert de optie van opheffen van de BV, waardoor de BV nog tot 20 jaar na de AOW-leeftijd moet worden voortgezet.

DE DGA WIL DOORWERKEN NA DE AOW-GERECHTIGDE LEEFTIJD

Fiscaal kan de samenloop van de ODV-uitkering en het verplicht doorbetalen van een salaris, op bezwaren stuiten. Het ODV-kapitaal overdragen in eerdergenoemde lijfrente producten geeft nog 5 jaar respijt, voordat er moet worden uitgekeerd.

DE DGA WENST DE ODV IN EEN KORTERE PERIODE DAN 20 JAAR UIT TE LATEN KEREN

Als het opgebouwde ODV-kapitaal beperkt is, zou het aantrekkelijk kunnen zijn een kortere looptijd te kiezen dan 20 jaar. Ook de kosten van het aanhouden van een BV voor een relatief lage ODV-uitkering (jaarrekening opstellen, loonadministratie fiscale berekeningen etc.) kan hierbij een rol spelen.

DE DGA WENST MEER FLEXIBILITEIT IN ZIJN UITKERING

Naast de optie van een kortere uitkering dan de verplichte 20 jaar, is het mogelijk bij de bancaire of beleggingslijfrente, om voor een hoog-laag uitkering te kiezen. Dus bijvoorbeeld de eerste 10 jaar een uitkering van € 20.000,00 en daarna 10 jaar een uitkering van € 10.000,00. Het is niet noodzakelijk om het volledige ODV-kapitaal over te dragen naar een externe partij.

Het kan zijn, dat de BV niet voldoende liquide is om de volledige reserve over te dragen. Ook kan het zijn, dat het de voorkeur heeft de ODV in eigen beheer te houden, maar dat de DGA deels wil profiteren van een kortere uitkering dan de vereiste 20 jaar. Dan zou een deel voor een kortere uitkering naar de externe lijfrente kunnen worden overgedragen.

BV HEEFT EEN NEGATIEF EIGEN VERMOGEN

In de situatie dat er onvoldoende vermogen in de BV aanwezig is om de volledige ODV-reserve in 20 jaar uit te keren, kan na goedkeuring van de belastingdienst het aanwezige kapitaal worden afgestort. Hierdoor kan (binnen de fiscale bandbreedte) een uitkering met een eventueel kortere looptijd worden afgesproken.

Bancaire lijfrente of beleggingslijfrente?

De fiscale regels voor de bancaire- en beleggingslijfrente zijn gelijk. De uitkering van de bancaire lijfrente is gegarandeerd, maar door de rentestand relatief laag. De beleggingslijfrente kan een hogere uitkering bieden, maar kent ook risico’s. De hoogte van de uitkering kan niet worden gegarandeerd.

De DGA kan alvast voorsorteren door het ODV-kapitaal al voor de uitkeringsperiode over te dragen naar een opbouwende beleggingslijfrente-rekening. Hiermee verlengt hij feitelijk zijn beleggingshorizon. Een mix van de gegarandeerde bancaire lijfrente en de beleggingslijfrente kan aantrekkelijk zijn. Welke verdeling het beste past, is geheel afhankelijk van de persoonlijke situatie van de DGA.

Velthuyse • Mulder © 2021