Stamrecht BV; heden, verleden en nog een toekomst?

Een werknemer die in het verleden werd ontslagen en van zijn werkgever een financiële tegemoetkoming ontving, in de volksmond een gouden handdruk genoemd, had de volgende keuzes:

  • in een keer het bedrag belast laten uitkeren;
  • afstorten als koopsom in een lijfrenteverzekering voor een uitgestelde of direct ingaande lijfrente bij een verzekeraar of bij een bank;
  • afstorten in een apart op te richten stamrecht BV.
  • Bij de laatste twee opties werd gebruikgemaakt van de zogenaamde stamrechtvrijstelling en werd de gouden handdruk zelf niet in een keer belast, maar werd er pas over de later aan te kopen uitkeringen belasting ingehouden. Dit resulteerde bijna altijd in een aantrekkelijk belastingvoordeel. De stamrechtvrijstelling is per 1 januari 2014 vervallen.

    De stamrecht BV

    Op advies van de accountant of belastingadviseur werd vaak besloten een aparte stamrecht BV op te richten, waar de gouden handdruk in kon worden ondergebracht. De stamrecht BV fungeert dan als een soort verzekeraar, waarbij een aantal fiscale en juridische regels moet worden gevolgd.

    Zo dient een stamrechtovereenkomst te worden opgesteld, waarin een aantal zaken formeel wordt geregeld, zoals wie de gerechtigde(n) zijn, wanneer uiterlijk de uitkeringen moeten ingaan en op welke wijze de kosten en de oprenting moeten worden verwerkt. Belangrijk argumenten voor de stamrecht BV ten opzichte van een verzekering waren het kostenaspect van de verzekeraar en de mogelijkheid om zelf een (vrije) invulling van de belegging te kunnen geven. Die vrijheid resulteerde regelmatig in een forse rekening-courant, of er werd een vakantiewoning en/of zelfs een boot door de BV aangeschaft.

    Meer flexibiliteit met beleggen

    Oprenting van het stamrechtkapitaal

    In de overeenkomst is vastgelegd op welke wijze het stamrechtkapitaal wordt opgerent.
    Dit kan het gerealiseerde beleggingsrendement zijn, dit kan het zogenaamde u-rendement zijn (dat is de marktrente), maar in veel gevallen is een vast rentepercentage genoemd dat in het jaar van oprichting van de stamrecht BV passend was. Een rentepercentage van 7 tot 8% was in de jaren ’90 zeker gebruikelijk.

    Een eenmaal afgesproken rentepercentage mag niet meer worden gewijzigd.. De fiscus redeneert dat de stamrecht BV als verzekeraar optreedt en dat er sprake is van een zakelijke afspraak. Nu we inmiddels in het tijdperk van negatieve rente zijn beland, kan de verplichte hoge oprenting een loden last voor de BV zijn geworden. Meestal wordt het benodigde rendement niet gehaald en ontstaat in de BV een negatief eigen vermogen.

    Moment van uitkeren

    Uiterlijk in het jaar waarin de AOW van de gerechtigde ingaat, zal het stamrechtkapitaal in zijn geheel moeten worden omgezet in periodieke uitkeringen. De looptijd van de uitkering moet zodanig zijn dat de sterftekans tenminste 1% is. Op de leeftijd van 55 jaar zal een looptijd van minimaal zo’n 3 jaar worden gehanteerd, bij 60 jaar een looptijd van minimaal 2 jaar en vanaf 65 jaar slechts 1 jaar.

    In de stamrechtovereenkomst is in het verleden vaak een vaste eindleeftijd vastgesteld tussen de 60 en 65 jaar. Het staat de gerechtigde echter vrij het moment van uitkeren verder uit te stellen tot in het jaar dat de AOW-leeftijd ingaat.
    Voor de ingangsdatum van de AOW mag ook een gedeelte van het stamrechtkapitaal in een periodieke uitkering worden omgezet. Het is overigens fiscaal toegestaan om in plaats van een periodieke uitkering incidenteel een eenmalige opname te doen.

    Stamrecht en overlijden

    Het stamrechtkapitaal voortvloeiende uit de gouden handdruk is een loonstamrecht. Bij overlijden van de ex-werknemer is de kring van gerechtigden beperkt; in casu diens echtgenoot of partner en/of de kinderen jonger dan 30 jaar. Indien bij overlijden er geen echtgenoot/partner of kinderen onder de 30 jaar zijn, dan valt de voorziening vrij in de winst van de BV.
    Het recht op uitkeringen is voor de nabestaanden vrijgesteld voor de erfbelasting. Wel leidt dit tot een verlaging van de vrijstelling voor de erfbelasting.

    Fiscale vrijval in het jaar van uitkeren

    In het jaar dat de begunstigde ex-werknemer het stamrechtkapitaal omzet in een periodieke uitkering ontstaat er een fiscaal probleem. De hoogte van de periodieke uitkering wordt berekend op basis van de marktrente (u-rendement). Dit noemt men de commerciële waardering. Vervolgens zal in de jaarrekening de voorziening volgens fiscale regels worden opgenomen. De fiscale regels werken echter met een vaste rekenrente van 4%. Door dit relatief hoge ingerekende rendement is de fiscale waarde van de toekomstige uitkeringen veel lager dan het stamrechtkapitaal.

    Indicatief voorbeeld: - hier kunnen geen rechten aan worden ontleend
    Het stamrechtkapitaal is € 300.000,–, de ex-werknemer en zijn vrouw zijn beiden 66 jaar. Op basis van de huidige lage rentestand kan een levenslange uitkering worden afgesproken van afgerond € 10.000,– per jaar. De fiscale waardering, berekend met 4% rente, bedraagt voor deze uitkering € 165.000,–!

    Berekening winstvrijval

    Oorspronkelijk stamrechtkapitaal bij start uitkering € 300.000,-
    Fiscale waardering in de jaarrekening voor een uitkering van € 10.000,– € 165.000 -
    Fiscale vrijval in startjaar uitkering € 135.000

    Over deze winst dient de BV vennootschapsbelasting te betalen. Dit is meestal niet wenselijk. Zeker omdat de ex-werknemer al inkomstenbelasting over de uitkeringen betaalt. Door gebruik te maken van wat andere uitgangspunten en een specifieke kennis van diverse fiscale regels kan deze winstvrijval gedeeltelijk worden voorkomen. Eenvoudiger is de mogelijkheid te benutten om het gehele stamrechtkapitaal over te hevelen naar een externe uitvoerder. Hiermee wordt de fiscale vrijval voorkomen.

    Externe uitvoerders; producten in de markt

    Het opgebouwde stamrechtkapitaal kan op elk gewenst moment overgeheveld worden naar een externe partij. Dit kan zijn een verzekeraar, een bank en sinds kort ook een vermogensbeheerder.

    Uitkering bij een verzekeraar

    In dit geval wordt het een lijfrente, die als belangrijkste voordeel levenslang kan worden uitgekeerd. Na overlijden van de ex-werknemer en de eventuele partner vervalt het restantbedrag aan de verzekeraar. De tariefstelling is door de lage rente bij verzekeraars echter vrij ongunstig. Wordt de verzekerde ex-werknemer erg oud, dan kan de totale uitkering wel gunstig uitpakken.

    Uitkering bij een bank

    Een beter alternatief is een vaste uitkering bij de bank. De stamrecht BV draagt het stamrechtkapitaal over aan de bank en de ex-werknemer spreekt met de bank een bepaalde looptijd af, waarin de uitkering moet plaatsvinden. Na eventueel overlijden loopt de uitkering door naar de partner en/of de kinderen onder de 30 jaar. Op het moment dat er geen nabestaanden in deze kring zijn, vererft het resterende bedrag na aftrek van de wettelijke heffingen. Een voordeel is de zekerheid van de uitkering; een nadeel is momenteel de lage rente die de bank in de uitkering vergoedt.

    Uitkeren bij een vermogensbeheerder

    Dezelfde constructie die bij de bank gedaan wordt, kan ook bij een vermogensbeheerder plaatsvinden. De stamrecht BV draagt dan het stamrechtkapitaal over aan de vermogensbeheerder en spreekt met de vermogensbeheerder af hoe hoog de uitkering moet zijn, of met welke looptijd de uitkering moet plaatsvinden. Na eventueel overlijden loopt de uitkering door naar de partner en/of de kinderen onder de 30 jaar. Op het moment dat er geen nabestaanden in deze kring zijn, vererft het resterende bedrag na aftrek van de wettelijke inhoudingen.
    De ex-werknemer moet dan wel openstaan voor beleggingen en bereid zijn de daarbij horende risico’s te dragen. Is dit het geval, dan kan een zeer flexibel en transparant product worden aangeboden.

    Beleggingsrekening

    De gouden handdruk-beleggingsrekening van Velthuyse • Mulder heeft als belangrijkste kenmerk, naast dat het een prima beleggingsproduct is, optimale flexibiliteit. Zowel de gekozen looptijd als de hoogte van de uitkering kan jaarlijks worden aangepast. Zo kan een klant eerst kiezen voor een lage uitkering omdat hij nog een ander inkomen heeft en deze later weer verhogen als dat (fiscaal) beter uitkomt. Elke eenmaal afgesproken uitkering of looptijd kan weer aan de gewijzigde omstandigheden of wensen worden aangepast.

    Ook een eenmalige uitkering van het resterende bedrag behoort tot de mogelijkheden. Dat kan overigens betekenen dat (indien het een hoger bedrag is), de belastingheffing hierover wat hoger is. Dit product geeft daarnaast de zekerheid, dat altijd het volledige stamrechtkapitaal plus het behaalde rendement aan de kring van gerechtigden of erfgenamen wordt uitgekeerd. De beleggingsrekening staat op naam van de klant en mocht het onverhoopt niet goed gaan met de vermogensbeheerder, dan heeft dat geen invloed op de waarde en de zekerheid van de aanspraak op de uitkeringen.

    Lees meer

    Stamrecht BV voortzetten of opheffen?

    De argumenten om de stamrecht BV te starten waren in het verleden zeker valide. De kostenstructuur van de stamrecht BV was vanaf een bepaalde inleg vaak aantrekkelijker en de flexibiliteit was groter dan de kostbare polismantel van de verzekeraar.

    Nu de producten in de markt bij de externe uitvoerders zo sterk zijn verbeterd en sommige zich onderscheiden in flexibiliteit en transparantie en de kostenstructuur overzichtelijk is, dringt de vraag zich op: de BV voortzetten of opheffen?

    In het geval dat de stamrecht BV nog een andere rol vervult dan verzekeraar voor het stamrechtkapitaal, kan voortzetting worden gerechtvaardigd. Het kan zijn dat een hypotheek wordt verstrekt of een andere lening (rekening-courant). Ook is het mogelijk dat nog andere activiteiten in de BV plaatsvinden. Zijn er geen belemmeringen voor opheffing, dan zal een afweging moeten worden gemaakt met de vraagstelling:

      Is de kostenafweging van de BV nog dezelfde als tijdens de oprichting?
      Hoe zie ik de toekomst van mijn BV in geval van mijn overlijden?
      Wil ik de BV nog aanhouden op het moment dat de waarde van het stamrecht en daarbij het resterende vermogen door de gerealiseerde uitkeringen substantieel is verlaagd?
      Wil ik de fiscale vrijval op het moment van het starten van de uitkering voorkomen?
      Hoe ga ik om met het beheer van de gelden in de BV?

    Onvoldoende in kas, wat nu?

    Een flink aantal stamrecht BV’s staat onder water en zij hebben een negatief eigen vermogen. Meestal het gevolg van een mager beleggingsresultaat en tegenvallende kosten, tegenover een hoge oprenting van het stamrechtkapitaal.

    Zolang het ‘tekort’ zakelijk is ontstaan, mag de BV uit blijven keren, totdat de pot leeg is. Vervolgens kan een beroep worden gedaan op de Belastingdienst om akkoord te gaan met het feit dat de uitkering verder niet voor verwezenlijking vatbaar is.

    Een andere mogelijkheid is om tijdig te onderkennen dat er onvoldoende vermogen in de BV aanwezig is om aan de toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Vervolgens kan een verzoek aan de Belastingdienst worden gedaan om akkoord te gaan met overheveling naar een externe uitvoerder. Dit akkoord zal gegeven worden onder de voorwaarde dat er altijd zakelijk is gehandeld en dat de BV na afstorting van het beschikbare bedrag wordt geliquideerd.

    Er zijn veel wegen die naar Rome leiden. Zeker is, dat een opgebouwd loonstamrecht het meest flexibele instrument voor een aanvulling op het pensioen is. Met een goede regie wordt dit onderdeel van de oudedagsvoorziening een blijvend maatwerk, zowel fiscaal als budgettair. Vanuit welke uitvoerder, de eigen BV, bank, verzekeraar of vermogensbeheerder, is voor eenieder een persoonlijke afweging.

    Vrijblijvend advies

    Velthuyse • Mulder © 2021